Alexander Bard(1961) kende meerdere levens. De Zweed Bard is vooral muzikant en had met zijn Army of Lovers internationaal een reeks van hits. Tegenwoordig is hij tevens filosoof, spreker en auteur. Bard praat ons bij over sociale netwerken die volgens hem een voorbode van een hele nieuwe serie mediadiensten zijn die draaien op real time data. Wie is waar, wat doet men, wat vindt men? De nieuwe media diensten worden gevormd door enorme datastromen. Informatie uit sociale netwerken, uit mediagebruik, verkeers en weer informatie, en nog veel meer databases worden de wereld van media en diensten ingetrokken. Bard is tevens drager van het principe ‘goede woorden, goede daden en goede gedachten’. Bard heb ik tijdens The Next Web van 2011 al eens kunnen interviewen en daarbij viel mij op dat de artiest een zeer heldere visie heeft op de vergaande ontwikkelingen van Google en Facebook. Vooral de vergaring van data noemde hij ‘evil’.
Keynote op het #MPJC en de intro
Bard mag opkomen na de lunch en focust op ‘datastromen’. We beginnen met een intro waarin wordt aangegeven dat TV vooral wordt: ‘Right Here, Right Now’. Vergeet de Cloud maar focus op ‘de stream’. Een op de persoongerichte manier van het pushen van (TV)content. De consument is ‘Anytime en anywhere’. Organisaties moeten zich daarop instellen. Aldus de intro met Nederlandse contentspecialisten zoals die van SBS en Nu.nl. Bard wordt aangekondigd als ‘interessante’ man en tevens oprichters van Stockholm Records.
Alexander Bard en zijn whiteboard
Bard is net uit de VS en geeft aan de ze daar vooral van de ‘ebook’ zijn. Geen papier meer. Bard skipt PowerPoint maar gaat met een whiteboard op het podium aan de slag(zie foto). Bard legt uit dat hij de eerste ‘internetsocioloog’ op de wereld ooit was in 1995. Alexander Bard is vooral ge-interesseerd in wat men doet met technology dan de tech zelf. ‘De meeste technische idee-en falen toch..’.
‘Internet brought us amazing things’
Het web heeft ons mooie dingen gebracht maar ook veel ‘freaky’ dingen verspreid over de gehele wereld. Google is daarbij een positief verschijnsel volgens Bard, het via internet in Japan aansporen zelfmoord te plegen is dramatisch. Hij gaat ver terug in de tijd. Het ego van Napoleon wordt doorgelicht door de socioloog uit Zweden en legt uit dat Napoleon vooral sterk was in organisatie anders dan een leger van mankracht. Door het opleiden van zijn leger en de gedegen organisatie werd het leger steeds slimmer en konden zij zichzelf ‘aansturen’.
Autoriteit
Wat Bard wil zeggen is dat wij geen autoriteit meer nodig hebben door het internet. We hoeven niet snel naar de dokter maar zoeken zelf wel op het internet naar een oplossing voor ons probleem. Het internet is geen ‘techniek’ het is een sociale verschuiving zegt de Zweed. Bard tekent opnieuw de structuur en organisatie van het leger van Napoleon uit. De gelaagdheid in structuur is een focus voor alles wat wij nu meemaken met het internet.
Vier manieren van spreken
We communiceren op vier manieren zegt de Zweed:
1. Spoken word
2. Written language.
3. Mass media(one way communication) books, radio, Tv, etc.
4. Interactivity such as the Internet. (network society)
En opeens in de jaren zeventig was daar ‘het internet’ en konden wij massaal met elkaar communiceren los van de oude mediastructuur waar Bard zich tegen afzet. De oude (massa)media heeft ons onderdrukt. En de huidige revolutie is gericht tegen de autoriteit van die ‘opgelegde’ media. Vooral het interactieve aspect van moderne media zoals internet zal de oude media gericht op zenden doen verdwijnen, aldus de voormalig zanger en producent. Het is duidelijk dat de enthousiaste Zweed zich afzet tegen opgelegde structuren zoals wij die uit industriële tijden hebben gekend.Ook begrippen als geld, afstand en lokatie zijn minder van waarde. Het internet biedt veel aan tegen bijna niets:’zero cost’ noemt Bard het.
‘Social monsters’
We zitten in de ‘golden age van social monsters’. Bard doelt op het misbruik van het internet en vooral de gegevens die wij via het WWW wild verspreiden. De kracht en de macht van nu zit in de kracht van het netwerk en vooral ‘wie jij bent’. Attention (Awareness + Credibility) is vitaal op het web. Deze heb je nodig om succesvol te zijn online. Bard maakt heel erg duidelijk: attentie is niet direkt conversie en opbrengsten. Sterker nog, attentie kan wordt gemanipuleerd online. Bard pakt Google erbij en laat een search-result pagina zien. En als je niet ‘cool’ genoeg bent kun je altijd nog kopen aan de rechterkant. Online marketing is volgens Alexander ‘desperate’. Het is niet anders dan verkopen via een massamedium. ‘Online marketing werkt niet’ zegt Bard in een woede bui. Bard draaft op snelheid door en legt een link met de bijbel. Het wil het punt scoren dat we niets kunnen opleggen maar dat het de maatschappij is die techniek en sociale media moet accepteren.
‘Where do I connect?’
Waar kun je goed netwerken? Hoe ga je te werk online? Online moet je credits opbouwen benadrukt Bard opnieuw. Je moet ze verdienen. Je zal moeten engagen met en in communities die ‘hardcore’ zijn. Het hart en de ziel van het web zit in communities gevuld voor passie. Communities waar jongeren aan deelnemen en ‘voor willen sterven’. Dit maakt de jeugd -aldus de spreker- schizofreen omdat ze zich (online) als verschillende personen voordoen. ‘Ego’ is niet belangrijk online het gaat om het ‘netwerk’. Wat doe jij? Met wie? We zitten in een ‘net-obsessed’ maatschappij en moeten minder bezig zijn met onszelf. Is de slotboodschap van Bard. Hij sluit af dat ‘Bard’ komt van ‘baard’ en eigenlijk Nederlandse taal is. De oplettende kijker weet dat ‘Alexander Bard’ niet zijn echte naam is







.gif)











One Response
I think you got it wrong.
The four information revolutions are:
(Historical technologies that made information grow exponentially in quantity.)
1. Spoken word
2. Written language.
3. Mass media(one way communication) books, radio, Tv, etc.
4. Interactivity such as the Internet. (network society)
You mixed up the third and fourth which is the ongoing revolution and subject of A. Bard’s talks and book(The netocrazy).